Slider01 Slider02 Slider03 Slider04 Slider05

Zalig, zo’n ramp

Geen ramp zonder ramptoerist. We zijn nu eenmaal graag op de hoogte van alle overstromingen, tsunami’s en vulkaanuitbarstingen. Of speelt er meer mee?

En? Ben jij ook een kijkje gaan nemen bij de overstromingen in Nederland? Dan ben je niet de enige. Nederland trok er in januari massaal op uit om het hoge water met eigen ogen te aanschouwen. In Deventer en Gorinchem kon je zelfs een speciale hoogwaterrondvaart maken, georganiseerd door de plaatselijke rederijen. Zo kon je de wateroverlast van heel nabij meemaken. Had je meteen weer wat te vertellen als je na het weekend weer aan het werk zou gaan.

Onder ‘ramptoerisme’ verstaat Van Dale de ‘trek uit sensatiezucht naar de plaats waar een ramp heeft plaatsgevonden’.  Vrijwel elke ramp trekt ramptoeristen aan – en handige ondernemers die hieruit een slaatje slaan. Zo kun je in Chili intekenen voor een heuse ‘tsunami tour’ die je per boot langs de gevolgen van de aardbeving en tsunami van februari 2010 voert. In New Orleans kun je bij wel twaalf bureautjes een tocht boeken langs de plekken waar orkaan Katrina in 2005 het meest heeft huisgehouden (zie kader). En op Sri Lanka bedacht de eigenaar van een hotel dat het misschien wel een idee was om wat restanten van zijn weggespoelde hotel te bewaren nadat daar de tsunami van 2004 overheen was gekomen. Konden zijn gasten met eigen ogen zien hoe vreselijk de vloedgolf tekeer was gegaan.

Ramp is magneet

Kennelijk oefenen rampen een ongelooflijke aantrekkingskracht op ons uit. Waarom eigenlijk? Wat bezielt mensen om bij een ramp te gaan kijken?

Daar is, gek genoeg, nog nauwelijks onderzoek naar gedaan. Wel lijkt ramptoerisme overal voor te komen. De uitbarsting van de vulkaan Merapi op Java eind 2010 bijvoorbeeld leidde tot drommen Indonesische ramptoeristen, de overstromingen in Australië begin 2011 trokken massa’s Australische dagjesmensen aan, en ook de lokale bevolking van Curaçao stroomde massaal toe nadat de orkaan Tomas eind 2010 over het eiland was getrokken.

Bovendien is ramptoerisme iets van alle tijden. Toen in 1925 een cycloon over Borculo trok, kwam er een enorme stroom ramptoeristen op gang. Het leidde zelfs tot de eerste files in Nederland (zie kader). Onderzoek naar krantenkoppen in acht landen heeft bovendien uitgewezen dat rond 1700 net zulke sensationele berichten de voorpagina’s domineerden als driehonderd jaar later.

Sensatie doet leven

Blijkbaar zit het ramptoerisme ons in het bloed. Dat zou wel eens met onze evolutie te maken kunnen hebben, denken sommige psychologen. Om te overleven en je succesvol voort te kunnen planten is het namelijk wel zo handig als je op de hoogte bent van de gevaren om je heen. Vandaar dat we graag over rampen lezen, en misschien ook wel graag naar een ramp gaan kijken, zegt sociaalpsycholoog Paul van Lange van de Vrije Universiteit. ‘Rampen zijn bedreigend en komen gelukkig ook niet zo vaak voor. Maar mensen willen over zulke zeldzame en gevaarlijke gebeurtenissen wel hun licht opsteken. Dat is een heel natuurlijk gegeven. Onze voorouders wonnen ook graag informatie in die hen voor hun eigen voortbestaan nog eens van pas zou kunnen komen.’

Toch is er meer aan de hand. Mensen hebben namelijk ook gewoon prikkels nodig om zichzelf prettig te voelen. Sluit je mensen bijvoorbeeld een dag lang op in een kale kamer met geluidsdichte muren, dan worden ze op den duur angstig en kunnen ze zelfs gaan hallucineren. Bied je ze de mogelijkheid om zelf prikkels op te wekken, dan blijkt dat mensen deze mogelijkheid met beide handen aangrijpen. Zo speelden studenten in een beroemd geworden experiment keer op keer een cassettebandje af met daarop een lezing die zesjarige kinderen moest waarschuwen voor de gevaren van alcohol. Ze luisterden liever naar iets onbenulligs dan dat ze de stilte bewaarden, zo bleek. Onze zintuigen moeten dus ‘gevoed’ worden. Het kijken naar een ramp voorziet in deze behoefte. Door een ramp van nabij gade te slaan, zet je je zintuigen flink op scherp.

Wel is het zo dat de een meer prikkels nodig heeft dan de ander. De hersenen van mensen die minder behoefte hebben aan spanning werken nu eenmaal anders dan die van ‘sensatiezoekers’ . Hun brein is minder gevoelig voor signalen. Daarom moeten zij steeds actief naar prikkels op zoek. De spanning die een fikse ramp met zich meebrengt, is voor hen dus een uitkomst.

Doodsangst bezweren

Sommige psychologen stellen bovendien dat een ramp ons de gelegenheid biedt om onze eigen doodsangst te bezweren. Je betrekt een ramp namelijk altijd op jezelf. Het kijken naar een ramp is dan een gulden middenweg tussen de angst dat jouzelf ook zoiets zou kunnen overkomen, en de opluchting dat je dat tot nu toe bespaard is gebleven. Door een ramp van dichtbij gade te slaan, speel je als het ware kiekeboe met het gevaar. Het geeft je de prettige illusie dat je de dood te slim af bent en controle hebt over je eigen leven. En dat is een prettig idee.

Ook ordinaire nieuwsgierigheid kan een drijfveer zijn om een rampgebied te bezoeken, denkt Wilco van Dijk, sociaalpsycholoog aan de Universiteit Leiden. ‘Mensen willen gewoon weten wat er aan de hand is. Niet uit leedvermaak, daar gaat het ze niet om. Ze zijn gewoon nieuwsgierig. Bovendien kan een ramp een verzetje bieden. Kijken naar de overstromingen in Twente is weer eens iets anders dan shoppen bij IKEA.’

Inderdaad kunnen mensen op een rampplek afkomen uit nieuwsgierigheid. Dit blijkt uit onderzoek onder 110 Thaise en 141 Scandinavische toeristen die binnen een jaar na de tsunami naar Phuket togen. Op dit Thaise eiland kwamen 279 mensen om in de vloedgolven. Vooral bij de Thaise vakantiegangers speelde nieuwsgierigheid een rol. Ze waren benieuwd naar de wederopbouw en de veranderingen die de tsunami teweeg had gebracht. In mindere mate waren ze nieuwsgierig naar de verwoestingen die het natuurgeweld had aangericht.  Voor de Scandinaviërs was dit allemaal veel minder belangrijk. Zij waren vooral naar Phuket gekomen vanwege het klimaat, de mooie omgeving, het lekkere eten en de aardige bevolking. Hierop trokken de onderzoekers de (nogal snelle) conclusie dat vooral de eigen inwoners een rampplek bezoeken uit nieuwsgierigheid.

Maar het kan ook dat de Scandinaviërs niet helemaal eerlijk zijn geweest. Want laten we wel wezen, ramptoerisme heeft een slechte naam. Onterecht, vindt Sander Koole, sociaalpsycholoog aan de Vrije Universiteit: ‘Over ramptoerisme wordt altijd erg negatief gedaan, alsof ramptoeristen alleen maar sensatiezoekers zijn die zich verkneukelen over het leed van anderen. Terwijl ze misschien gewoon willen helpen. Door lokale machthebbers worden ze soms weggezet als halve criminelen, als mensen met onethische motieven. Maar machthebbers hebben zo hun eigen belangen. Voor hen kan het bedreigend zijn als het klootjesvolk solidair wordt, zich gaat organiseren en elkaar gaat helpen. Je kunt ramptoerisme dus niet los zien van politiek.’

Kijken is besmettelijk

Inderdaad waren de Thaise toeristen op Phuket behalve nieuwsgierig ook begaan met hun medemens. Ze wilden de lokale bevolking tot steun zijn en helpen bij de wederopbouw.  Bij de Scandinaviërs speelden zulke motieven een veel minder belangrijke rol. Wat niet wil zeggen dat de Thai altruïstischer ingesteld zijn dan de Scandinaviërs. Achter de wil om de lokale bevolking bij te staan kunnen ook egoïstische bedoelingen schuilen.Volgens hun geloof, het boeddhisme,verzeker je je bijvoorbeeld van een betere positie in een volgend leven als je in dit leven anderen helpt.

Eigenlijk kun je als buitenstaander nooit weten waarom anderen naar een rampplek trekken. Daarom vindt Sander Koole ook dat je ramptoerisme niet per definitie moet afschilderen als iets minderwaardigs. ‘Er kunnen allerlei motieven een rol spelen. Mensen kunnen nobele of minder nobele redenen hebben. Ik vermoed dat het vaak om een combinatie van die twee gaat. Bovendien nemen mensen elkaars gedrag over. Ze passen zich aan aan wat ze om zich heen zien. Dus als ze een horde mensen zien toekijken bij een stel ingestorte gebouwen na een tornado, dan gaan ze zelf ook een kijkje nemen.’

Uit de weg!

Best te verklaren dus, ramptoerisme. En ook niets mis mee, tenzij de ramptoeristen zich niets aantrekken van oproepen van hulpverleners om uit de buurt te blijven. In Brisbane smeekten de autoriteiten mensen bijna om niet naar de overstromingen te komen kijken, omdat ze daarmee de hulpverlening zouden belemmeren. Tevergeefs. Hordes dagjesmensen waagden zich zelfs in het water, waar nog slangen en krokodillen in rondzwommen ook. In Nederland trokken ramptoeristen zich net zo min iets aan van de wegversperringen in Twente, waar het Dinkeldal in de winter van 2010 was overstroomd. Met hun auto’s veroorzaakten ze extra golfslag, wat de hulpverlening er bepaald niet makkelijker op maakte.

Kennelijk is de roep van de rampspoed te verleidelijk. Want hoe verwoestend een natuurramp ook kan zijn, wij willen er wel graag met onze neus bovenop staan. En dat zal wel altijd zo blijven.

Met dank aan Katrina (kader)

De een zijn dood is de ander zijn brood. Daar kunnen de touroperators in New Orleans over meepraten. Amper drie maanden nadat orkaan Katrina over de stad was geraasd kwam een evenementenbureau op het idee om ‘Hurricane Katrina Tours’ te gaan aanbieden. Het leidde tot fel verzet van inwoners die niets van pottenkijkers moesten hebben. Dat verzet is intussen geluwd. Tegenwoordig kun je kiezen uit maar liefst twaalf organisaties die tochtjes door de ergst getroffen wijken aanbieden.

Jongeren zijn nieuwsgieriger (kader)

Hoe jonger, hoe nieuwsgieriger naar het rampgebied. Dat blijkt uit onderzoek onder Thaise en Scandinavische toeristen op Phuket, binnen een jaar na de tsunami. Tieners en twintigers waren stukken nieuwsgieriger dan dertig-, veertig-, vijftig- en zestigplussers. Dit kan te maken hebben met de grotere behoefte van jongeren aan zintuiglijke prikkeling. Rond je twintigste heb je nu eenmaal de grootste behoefte aan spanning en sensatie. Onduidelijk is alleen in hoeverre de ouderen eerlijk waren in hun antwoorden. Mogelijk waren zij net zo nieuwsgierig als de jongeren maar hielden ze dat liever voor zichzelf.

Stormschade spotten (kader)

Op 10 augustus 1925 trok er een cycloon over Nederland die vooral in het Achterhoekse plaatsje Borculo huishield. Het aantal doden en gewonden viel mee, maar de materiële schade was enorm: van de 750 woningen die waren getroffen waren er 240 compleet verwoest. Dat wilde de rest van Nederland met eigen ogen zien. Naar schatting toog een half miljoen tot één miljoen mensen de daaropvolgende dagen naar de rampplek. De eerste files – in die tijd een onbekend fenomeen – waren een feit, waardoor wegen moesten worden afgesloten en verkeer moest worden omgeleid. Vanuit Utrecht werden zelfs speciale dagtochtjes naar Borculo georganiseerd. Voor zes gulden kon je op en neer om je te vergapen aan de schade die de cycloon had veroorzaakt.

Op zoek naar een ramp? (kader)

Een Brits reisbureau biedt wel heel bijzondere tripjes aan. Disaster Tourism verzorgt uitjes naar vulkaanuitbarstingen, overstromingen of zelfgekozen andere rampen. Ook kun je een zesdaagse toer boeken waarbij je tornado’s achterna gaat. Of je kunt met een groep de noodlanding van het vliegtuig van British Airways op de Hudson River naspelen. Disaster Tourism biedt dus een ‘unieke ervaring voor iedereen die gewone vakanties zat is’. En garandeert daarbij dat deze vakantie echt een ‘complete ramp’ zal worden (www.disastertourism.co.uk).

Meer informatie (kader)

-          Radio-interview met Ben van Dijk, die een boek schreef over de stormramp in Borculo: http://nos.nl/audio/177472-85-jaar-geleden-trok-een-tornado-over-nederland.html

-          Rittichainuwat, B.N. (2008), Responding to disaster: Thai and Scandinavian Tourists’ Motivation to visit Phuket, Thailand. Journal of Travel Research, 46:422.

(gepubliceerd in Quest, special De grootste rampen, voorjaar 2011, 36-42)

  • Home
  • Diensten
  • Portfolio
  • Wie ben ik?
  • Voorwaarden
  • Contact
  • Design